

Het leven van Sebastian Kneipp
Sebastian Kneipp werd geboren op 17 mei 1821, als vierde kind van een weversgezin te Stephansried bij Ottobeuren. In zijn jeugd - gekenmerkt door armoede en ontberingen - moest hij hard werken en zijn vader helpen bij het weven.
Al op jonge leeftijd wilde hij pastoor worden. Hij meldde zich aan bij diverse parochies, maar hij werd nergens toegelaten. Pas toen hij in 1842 in contact kwam met kapelaan Merkle uit Bad Grönenbach, die een ver familielid van hem was, nam zijn leven voor het eerst een belangrijke wending. Merkle zag dat Kneipp talent had en zijn steun aan Kneipp was allesbepalend. Kneipp bleef anderhalf jaar bij hem in Grönenbach en hij volgde zijn mentor en beschermheer vervolgens naar Augsburg en korte tijd later naar Dillingen, waar hij vanaf 1844 het gymnasium bezocht.
In 1846 kreeg Kneipp tuberculose. Ondanks de ernstige ziekte haalde hij in slechts vier jaar zijn diploma. Aan het begin van zijn studie theologie, in het voorjaar van 1849, stortte Kneipp volledig in. Gedurende deze periode putte hij moed en hoop uit een boek van de arts Johann Siegmund Hahn uit 1743, waarin de werking van het water wordt beschreven. De kennis en inzichten die in het boek beschreven stonden heeft Kneipp in de praktijk uitgeprobeerd, in een aantal roekeloze pogingen om zichzelf te genezen. Op 16 november 1849 maakte hij iets mee dat beslissend zou blijken en zijn leven compleet zou veranderen: Al kuchend en als in trance liep hij naar de Donau, rukte de kleren van zijn lijf en dook met zijn verhitte lichaam tot aan zijn hals in het ijskoude water. Hij telde tot drie, ging weer uit het water, trok zijn kleren aan en rende zo hard hij kon naar huis.Het resultaat was verbluffend: Kneipp voelde zich steeds levendiger en gezonder, dus besloot hij het experiment na drie dagen te herhalen. En weer voelde hij zich sterker en gezonder worden. Vanaf dat moment nam hij twee of drie keer per week een kort bad in het ijskoude water van de Donau. Ook nam hij af en toe een stortbad of ging hij in een zitbad. (Dit vormde in feite de geboorte van de Kneipp watertherapie: Eerst door lichamelijke inspanning je lichaam opwarmen, dan heel even je lichaam snel laten afkoelen in koud water, vervolgens je niet afdrogen en direct weer je lichaam opwarmen door lichamelijke inspanning.)
Sebastian Kneipp was volledig genezen en voelde zich weer fit en vitaal. In 1849 kreeg hij een studiebeurs voor het Theologische Seminar Georgianum in München. Daar ging hij door met zijn koudwaterbaden en af en toe hielp hij ook zijn medestudenten met koudwaterbaden als ze ziek waren. Hij kreeg al gauw de bijnaam "Dr. Hydrophilus“.
In 1852 behaalde hij op de leeftijd van 31 het einddiploma van het theologische seminar en op 5 augustus werd hij in de Augsburger Dom tot diaken gewijd. Een dag later werd hij tot pastoor gewijd. Op 24 augustus 1852 vierde hij samen met zijn vader zijn eerste mis als pasgewijd pastoor in de basiliek van Ottobeuren.
In datzelfde jaar begon Kneipp patiënten te helpen op basis van zijn ervaringen met het behandelen van ziekten. Deze patiënten kwamen bij hem omdat ze niet door een arts werden geholpen of omdat ze geen geld hadden om een arts te betalen. Het kwam ook vaak voor dat hij zieke mensen hielp waar hij op bezoek ging als pastoor om ze bijvoorbeeld van de laatste sacramenten te voorzien. Een vrouw die leed aan cholera werd volledig door hem genezen. Al snel werd bekend dat de “cholera-kapelaan”, zoals Kneipp inmiddels door de bevolking vol ontzag werd genoemd, je snel en gratis hielp, wat op toenemende kritiek van artsen en apothekers stuitte. Ze voelden zich door Kneipps werk voor het hoofd gestoten en er werd aangifte tegen hem gedaan. Kneipp moest voor de rechter verschijnen en verdedigde zichzelf met het argument dat het toch wel was toegestaan om zieken te helpen als ze niet meer door de artsen konden worden geholpen, als artsen niet meer wilden helpen en als de zieke geen geld had. De zaak nam een verrassende wending: De rechter kreeg advies van Kneipp over de behandeling van zijn reumaklachten en sprak in zijn vonnis uit dat Kneipp mensen mocht behandelen die verder geen hulp kregen en geen geld hadden.
Nadat hij in diverse functies had gewerkt, werd Kneipp in april 1855 als biechtvader in het klooster van de dominicanen overgeplaatst naar Bad Wörishofen, waar hij vanwege zijn deskundigheid ook als landbouwkundig adviseur werkzaam was. Hij baarde veel opzien met zijn succesvolle strijd tegen mond- en klauwzeer bij het rundvee door het toepassen van waterbehandelingen. Hij kreeg internationaal veel waardering voor zijn werk in de bijenteelt en het winnen van honing. Hij schreef zelfs landbouwwetenschappelijke boeken over belangrijke onderwerpen als akkerbouw en veeteelt. Naast zijn eigenlijke beroep als pastoor, behandelde hij arme mensen of mensen die al door de artsen waren opgegeven, door middel van uitgebreide watertherapieën in diverse vormen, voornamelijk met koud water.
De jaren tussen 1855 en 1880 zijn voor Kneipp van doorslaggevende betekenis geweest. Omdat hij zichzelf had genezen, ging hij de tot dan toe bekende en beproefde watertherapieën uitbreiden en combineren door diverse proefnemingen en observaties bij zichzelf en bij zijn patiënten. Op die manier probeerde hij te komen tot een effectief systeem van gezondheidspreventie en geneeskunde met steeds beter en verfijnder wordende methoden. De behandelingen bestonden uit koude stortbaden, lopen door het water, koude en warme baden van het hele lichaam of gedeelten van het lichaam, wisselbaden en warme en koude kompressen en omslagen.
In 1886 verscheen zijn eerste boek "Meine Wasserkur“, waarin hij reeds over geneeskrachtige kruiden schreef en dat een hoofdstuk bevatte over gezonde voeding. Het boek was een groot succes en zorgde voor een groeiende toestroom van patiënten in plaats van deze te verminderen, wat eigenlijk wel de bedoeling van het boek was. En zo kreeg Kneipp, samen met een arts die de diagnoses stelde, dagelijks meer dan 150 patiënten op zijn spreekuur.In 1889 gaf Kneipp zijn tweede boek uit met de titel "So sollt Ihr leben“, waarin zijn opvoedkundige principes op het gebied van gezondheid staan beschreven. Er volgden nog meer boeken als "Ratgeber für Gesunde und Kranke“ (1891) en "Mein Testament“ (1894), waarin hij de laatste veranderingen en ontwikkelingen beschrijft ten aanzien van zijn geneesmethoden die steeds verfijnder worden.
In het jaar 1890 ontmoette Kneipp de apotheker Leonhard Oberhäußer uit Würzburg. Omdat ze beiden ervan overtuigd waren dat ze met natuurgeneeskundige methoden mensen echt konden helpen, gingen ze nauw samenwerken en werden ze goede vrienden. Al een jaar later gaf Kneipp het uiteindelijke resultaat van zijn levenslange studies in handen van zijn vriend en compagnon, waarbij hij hem de exclusieve rechten gaf om farmaceutische en cosmetische producten en dieetmiddelen "met de naam en de afbeelding van pastoor Sebastian Kneipp“ te ontwikkelen, te produceren en op de markt te brengen. Op basis van natuurlijke plantenextracten en andere pure grondstoffen kwamen zij tot allerlei recepturen, die vandaag de dag nog als basis dienen voor alle Kneipp producten. Sebastian Kneipp heeft in Bad Wörishofen drie instellingen opgericht: het priesterhuis "Sebastianeum“ (1891), het "Kinderasyl“ (1893) en het "Kneippianum“ (1896). Sinds die tijd werken deze drie instellingen in de geest van Kneipp bij het helpen van zieke mensen.
Tijdens zijn talrijke reizen in binnen- en buitenland was Kneipp een geliefd spreker. Volgens schattingen had hij meer dan een miljoen toehoorders in de drie jaren dat hij reisde om lezingen te geven. Omdat hij aartshertog Johann von Österreich-Ungarn van zijn ischias had genezen, kwam Kneipp ook onder de aandacht van de hoge Europese adel. Nadat hij meerdere keren op audiëntie was geweest, benoemde paus Leo XIII Kneipp in 1893 tot zijn persoonlijk kamerheer. Daarbij kreeg hij de titel "Monsignore“. Voor Kneipp betekende deze benoeming erg veel, omdat de paus hiermee de erkenning van het werk van Kneipp tot uitdrukking bracht. De paus moedigde hem ook aan om, naast zijn werk als pastoor, te blijven doorgaan met het genezen van de medemens.
Op 17 juni 1897 stierf Sebastian Kneipp in Bad Wörishofen, op de leeftijd van 76 jaar. Toentertijd was hij, naast Keizer Willem II en Bismarck, één van de drie beroemdste personen van het Duitse keizerrijk.
Sebastian Kneipp laat de latere generaties zijn geweldige levenswerk na. Zijn erfenis bestaat uit een logisch geheel van therapieën, gebaseerd op de totaalbenadering van de mens. Deze therapieën kunnen op iedere leeftijd worden toegepast, in het bijzonder als het gaat om gezondheidsbevorderende maatregelen, maar ook bij de behandeling van acute en chronische ziekten.
Het leven van Sebastian Kneipp als pdf-Download





